Home - Wie ben ik? - Mijn schrijfsels - Schrijven op opdracht - Contact


Mijn schrijfsels
   
   
Opdrachten
Bang voor morgen
  Afmaakopdracht
Het mooiste kerstcadeau
 
Kinder- & jeugdverhalen
  Fee
 
Engels
  Rainy Night
   
Drama
Het gevaar
  Rozen verwelken
 
Column
Schookrant
  Nu
   
   

Zangles - Nachtrust - De Kast en de Collega - Tweestrijd

Tweestrijd
15 december 2008

Soms zijn er van die mensen waarvan je niet weet of je ze verfrissend leuk, mateloos irritant of toch wel nuttig vindt…

Onlangs zijn wij zaken gaan doen met een nieuw bedrijf. De contactpersoon daar, Madeleine, is zo iemand; ik weet maar niet wat ik van haar moet vinden…

Toen ik haar voor het eerst aan de telefoon had, vond ik haar heel verfrissend. Zoals zij de telefoon aannam! Ik voelde me de belangrijkste persoon in de wereld. Volledige aandacht, pure interesse en een goed verhaal. Heerlijk, eindelijk eens iemand die snapt hoe je klanten moet behandelen.

Althans, dat dacht ik. Na een aantal telefoongesprekken, was het verfrissende aardig weggesleten. Naar mijn mening is het echt niet nodig om elke keer als je de telefoon aanneem te klinken alsof je die lang uit het oog verloren, maar nooit vergeten vriendin eindelijk weer eens aan de lijn hebt. Die jodelstemming verveelt heel snel en wordt dan vreselijk irritant!

Haar bellen is een crime. Ik weet dat het moet gebeuren, maar ik stel het het liefst zo lang mogelijk uit. Als het dan toch echt moet gebeuren, dan zorg ik er voor dat ik alle afleidingen om me heen uitschakel: radio uit, mail uit, mobieltje op voicemail en vooral zorg ik er voor dat ik alleen ben, zodat niemand mijn kwelling hoeft te zien.  Pas dan pak ik de telefoon en toets het nummer in. Terwijl ik dit doe, begin ik met mijn mantra 'blij is niet dodelijk - blij is niet dodelijk - blij is niet dodelijk’. Ik toets het laatste getal in en zet me schrap. De telefoon gaat nauwelijks over of het begint…

'Gooooeeeeede morgen! Firma de Groot, u spreekt met Madeleine, waarmee kan ik u van dienst zijn.'  galmt het de hoorn uit. Op een hoogte waar Cecilia Bartoli jaloers op zou zijn en met het timbre van een professioneel zanger zingt Madelaine haar boodschap de hoorn in.
'Hoi, met Hanna van Van Wingerden,' wring ik m'n strot uit, bijna lamgeslagen door het volume, terwijl m'n tenen verkrampen in m'n schoenen.
'Heeeeeeeeeeee, haaaaallloooooo, hoe ís het nou met jou?'
'Eh, goed...' behalve dan dat ik een migraine aanval op voel komen.... En om verdere beleefdheden voor te zijn begin ik direct met m’n boodschap.

Op zich lijkt het misschien allemaal niet zo erg, maar hier houdt het niet op. Aan het eind van m'n boodschap - en of ik nu een vergadering door wil geven, commentaar heb op stukken die ze geschreven heeft of dat ik iets van haar nodig heb, het maakt niks uit: aan het eind van haar verhaal krijgt ze het altijd voor elkaar om, in haar ik-heb-net-een-happy-pil-genomen toontje te zingen, dat ze én vind dat ik het goed gedaan én dat ze trots op me is... Trots op me? Hoe komt ze daar nou bij?! En toch zingt ze vrolijk; ‘Nou! Wat gòed van je!!!! Ik ben echt tròts op je!!!’ Het slaat nergens op, maar toch gooit ze het er elke keer weer uit…

Tegen de tijd dat we op dat punt aanbelanden heb ik geen gevoel meer in m'n tenen, de hand die de hoorn vasthoud gilt van de pijn - de hoorn waarin geknepen wordt ook - en ik voel het glazuur van m’n tanden afspringen, zo hard ben ik aan het knarsen.
Ik mompel 'okay... doei' en hang op. M'n arm valt slap op tafel, m’n hand laat de hoor in op de haak vallen waar ie nog even na stuitert en m'n tenen ontspannen zich. Ik heb het weer overleefd!!

Maar Madeleine heeft nog meer truukjes die ik niet kan volgen... Als ik haar iets vraag per mail – een dankbaar alternatief voor de telefoon – dan kunnen er twee dingen gebeuren; óf ik krijg totaal geen reactie en dus ook geen antwoord, zelfs niet na 6 keer herhalen, óf ik krijg een antwoord, maar dan niet op mijn vraag…
Als ik bijvoorbeeld vraag 'moet die rekening gecrediteerd worden?' dan reageert zij met 'morgen is de volgende betaalronde'. Als ik zoiets lees, dan vraag ik me altijd of haar e-mail systeem misschien in de knoop was geraakt toen ze dit schreef. Misschien is dit wel het antwoord op de vraag van iemand anders en zit er nu dus ergens een andere verwarde ziel naar mijn antwoord te staren. Of misschien ben ik gek en is dit een volkomen logisch antwoord - het blijft een groot mysterie.

Al met al neig ik steeds vaker naar ‘mateloos irritant’ als ik aan Madeleine denk. Maar haar truukjes zijn nog niet op. Want juist op het moment dat ik mijn ongenoegen over haar uit wil spreken tegen een gewillig hart-lucht-slachtoffer, komt ze opeens onverwacht nuttig uit de hoek.
Dan reageert ze, na 1 keer vragen, spontaan op mijn vraag ‘heb je de notulen al af’. En niet alleen reageert ze zonder dat ik het 4 keer moest vragen, nee, ze geeft ook een echt antwoord. Een heel uitgebreid antwoord: ‘ja, ze zijn af, ze zijn rondgestuurd, de feedback is verwerkt, ze zijn nogmaals rondgestuurd, de nieuwe vergadering is ingepland, de agendapunten daarvoor zijn verzameld, de agenda is goedgekeurd en al rond gestuurd, de vergaderzaal is gereserveerd en de catering is ook geregeld.’

Tja, en dan denk ik, je bent verfrissend irritant, maar toch nuttig...